Bibliografie

Tijdens je literatuuronderzoek verzamel je een groot aantal artikelen en neem je conclusies of meningen uit die artikelen op in je scriptie. Het is hierbij van groot belang dat je iedere bewering die niet van jezelf is, staaft met een bron. Dus voor alles wat je niet zelf bedacht hebt, moet je verwijzen naar degene die dit wel gezegd of geconcludeerd heeft. Een veel voorkomend misverstand is dat je alleen naar de oorspronkelijke auteur hoeft te verwijzen bij een citaat. Dit is echter niet juist! Zoals gezegd, dien je iedere bewering die niet van jezelf is te onderbouwen met een verwijzing. Het niet aan deze regel voldoen, levert plagiaat op. Plagiaat is dus niet alleen het expres en zonder verwijzing overnemen van teksten van een ander. Onzorgvuldig omgaan met verwijzingen leidt met regelmaat tot het vaststellen van plagiaat en daarmee soms zelfs tot verwijdering van de opleiding. Wees dus consequent en verwijs iedere keer. Een groot voordeel van verwijzen is ook dat je de verantwoordelijkheid omtrent de juistheid van het beweerde ‘afschuift’ naar de oorspronkelijke auteur. Door te verwijzen zeg jij immers niet dat iets zo is, je geeft alleen aan dat iemand anders zegt dat het zo is.

Naast het verwijzen op de juiste plekken is het ook van groot belang dat je op de juiste wijze verwijst. Kijk van tevoren dus goed hoe je moet verwijzen. De drie voornaamste verwijssystemen worden kort behandeld.

APA
Bij het APA systeem wordt gebruik gemaakt van het zogeheten in-tekst verwijzen. De verwijzingen staan dus in de tekst zelf. Hierbij worden in eerste instantie de naam van de auteur en het jaar van publicatie opgenomen. In de literatuurlijst kan de lezer dan de volledige vindplaats van het artikel of het boek opzoeken. Als je naar een specifiek deel van een boek of artikel verwijst dan voeg je ook het paginanummer toe. Daarnaast kan je op twee manieren verwijzen in de tekst. De eerste manier is om de gehele verwijzing tussen haakjes te zetten aan het einde van de zin. De tweede manier is om de auteur bij naam aan te halen.

Enkele voorbeelden:

  • In de winter is het kouder dan in de zomer (Jansen, 2003, p. 13) Uit onderzoek blijkt dat het in de winter kouder is dan in de zomer (Jansen, 2003)
  • Volgens Jansen (2003, p. 13) is het in de winter kouder dan in de zomer.
  • Onderzoek van Jansen (2003) heeft aangetoond dat het in de winter kouder is dan in de zomer.

Bij twee auteurs worden de achternamen gescheiden door het symbool ‘&’. Bij drie tot vijf auteurs worden de achternamen gescheiden door een komma en voor de laatste auteur komt het woord ‘en’. Bij zes of meer auteurs wordt alleen de eerste auteur genoemd, gevolgd door et al.

Bijvoorbeeld:

  • In de winter is het kouder dan in de zomer (Jansen & Bos, 2003, p. 13)
  • In de winter is het kouder dan in de zomer (Jansen, Pietersen, & Bos, 2003, p. 13)
  • In de winter is het kouder dan in de zomer (Jansen et al., 2003, p. 13)

Harvard
Het Harvard systeem is vergelijkbaar met APA omdat ook hier in-tekst verwezen wordt. Net als bij APA mag je de auteur bij naam aanhalen; Jansen (2003) meent dat (…) of aan het einde van de zin verwijzen (Jansen, 2003). Een verschil met APA is dat je bij het Harvard systeem maximaal twee auteurs noemt. Zijn het er drie of meer dan gebruik je alleen de naam van de eerste auteur gevolgd door et al.

Leidraad
De leidraad voor juridische auteurs geeft regels omtrent het verwijzen voor juridische scripties. Dit systeem is anders van opzet dan APA en Harvard, omdat er niet in-tekst verwezen wordt. Bij dit systeem verwijs je door middel van voetnoten. Hoewel er verschillende manieren zijn om binnen dit systeem te verwijzen, gaat bij scripties de voorkeur uit naar verkort verwijzen in de voetnoot. Dit verkort verwijzen doe je door de naam van de auteur, het jaartal en het paginanummer te vermelden in de voet.

Bijvoorbeeld zo.¹ In de literatuurlijst kan men dan de vindplaats van het boek of artikel vinden. Let hierbij op dat verkort verwijzen alleen kan bij literatuur. Bij jurisprudentie of parlementaire stukken neem je gewoon de volledige verwijzing op.

Bijvoorbeeld.² Let er tot slot op dat voetnoten altijd na een leesteken geplaatst worden. Bijvoorbeeld: uit de jurisprudentie blijkt dat een drietal mogelijkheden bestaat zijnde linksom, rechtsom  en rechtdoor. Tot slot is het van groot belang om je verwijzingen en je literatuurlijst bij te houden. Zet, zodra je een nieuwe verwijzing in de tekst opneemt, dus ook direct het betreffende artikel in de literatuurlijst. Het is namelijk geen pretje om aan het einde van het traject nog een paar honderd verwijzingen te moeten aanpassen.

75-verwijssysteem

Tip: “Zorg dat je direct op de voorgeschreven wijze verwijst en neem artikelen waarnaar je verwijst ook direct op in je literatuurlijst. Dit voorkomt veel werk achteraf.”

 

1 Jansen 2010, p. 13
2 Kamerstukken II 1974/75, 32 424, nr. 2, p. 13

Sidebar