Hypothesen

Als je data verzamelt en test, moet je hypothesen formuleren. Hypothesen zijn de voorlopige antwoorden die jij hebt geformuleerd voor je verschillende deelvragen. Een literatuuronderzoek voer je dan ook uit om meer kennis te vergaren over je onderwerp en om je hypothesen op te stellen. De volgorde is dus:Pobleemstelling & Hypothesen Formuleren

  • Een probleemstelling formuleren;
  • Deze probleemstelling opsplitsen in deelvragen;
  • Op basis van literatuuronderzoek voorlopige stellingen (hypothesen) formuleren;
  • Toetsen of deze stellingen ook juist zijn;
  • De hypothesen verwerpen of aannemen;
  • Een conclusie formuleren.

Bijvoorbeeld:
Stel je voor dat een deelvraag is: “In hoeverre is er een relatie tussen de buitentemperatuur op de grond en de kans op sneeuw?”. In de literatuur heb je gevonden dat het op bijvoorbeeld vijf kilometer hoogte moet vriezen, wil er überhaupt sneeuw kunnen vallen. Een ander onderzoek toont aan dat hoe kouder het op vijf kilometer hoogte is, hoe kouder het op de grond is. Je hypothese zou in dit geval kunnen zijn: “Hoe lager de buitentemperatuur op de grond, hoe groter de kans op sneeuw”. Deze hypothese kan je vervolgens testen aan de hand van data. Blijkt er inderdaad een significant verband te zijn tussen de buitentemperatuur op de grond en de kans op sneeuw dan is je voorlopige antwoord juist. In dat geval kan je de hypothese bevestigen. Mocht er geen verband zijn, dan verwerp je de hypothese.

Tip: “Een hypothese is geformuleerd als stelling en niet als vraag.

Sidebar