Meetlevel variabelen

Data kunnen in twee verschillende groepen worden opgedeeld, namelijk categorische data (nominaal en ordinaal) en numerieke data (interval en ratio). Beiden groepen hebben twee soorten meet niveaus. 1

78-soorten-data

 

Categorische data – data waarvan de waarden niet numeriek worden gemeten, maar die in categorieën kunnen worden ingedeeld, naar kenmerken waarin je geïnteresseerd bent.

Nominale data – data waarvan de waarden niet numeriek gemeten kunnen worden, maar die in verzamelingen (categorieën) geclassificeerd kunnen worden. De ene categorie is anders dan de categorie, maar deze categorieën hebben geen waarde. Er kan alleen worden gekeken of de uitkomsten aan elkaar gelijk zijn of niet. Bijvoorbeeld: namen.

Kenmerken nominale data:

  • Onderscheid
  • Alleen labels
  • Beschrijvende data
  • Weinig bewerkingen mogelijk
  • Modus kan worden berekend

Ordinale data – data waarvan de waarden niet numeriek kunnen worden gemeten, maar die in een bepaalde (rangorde) kunnen worden geplaatst. Naast het bepalen van de gelijkheid aan elkaar, kan er tevens iets worden gezegd over de mate van voorkeur, bijvoorbeeld de 1 2 3 4 5 keuzemogelijkheden bij een enquête;

Kenmerken ordinale data

  • Sprake van onderscheid en ordening
  • Volgende van de categorieën is van belang
  • Modus en mediaan kunnen worden berekend

 

Numerieke data – Data waarvan de waarden numeriek worden gemeten als hoeveelheden.

Interval data – Numerieke data waarbij het verschil of interval tussen twee waarden voor een bepaalde variabele precies kan worden aangegeven, maar waarbij het relatieve verschil niet precies kan worden aangegeven. De waarden op een intervalschaal kunnen worden opgeteld en afgetrokken, maar niet vermenigvuldigd of gedeeld. Bijvoorbeeld Celsius-temperatuurschaal. Het verschil tussen 20C en 30C is gelijk aan 10C, maar dit wil niet zeggen dat 30C anderhalf keer zo warm is als 20C. Dit komt doordat o C geen echt nulpunt vertegenwoordigt.

Kenmerken interval data:

  • Gelijke afstanden tussen eigenschappen
  • Geen vast nulpunt
  • Kwantitatief
  • Modus, mediaan en het gemiddelde kunnen worden berekend
  • Optellen en aftrekken is mogelijk, maar delen of vermenigvuldigen niet

Ratio data – Numerieke data waarbij zowel het verschil of interval als het relatieve verschil tussen twee waarden van een bepaalde variabele precies kan worden aangegeven.

Kenmerken ratio data:

  • Gelijke afstanden tussen eigenschapen
  • Vast nulpunt
  • Kwantitatief van aard
  • Modus, mediaan en het gemiddelde kunnen worden berekend
  • Optellen, aftrekken, delen en vermenigvuldigen is mogelijk

 

De categorieën hierboven zijn in orde van mogelijkheden gerangschikt. Nominaal is de categorie van variabelen waarbij het minste kan worden gezegd over de waarde van deze variabelen. Bij een ratio variabele kan de meeste informatie worden verzameld. Indien het gewenst is om een variabele op een lager meetniveau te behandelen, is dit met een geldige reden mogelijk. Een variabele behandelen op een hoger meetniveau is nooit zomaar toegestaan.

 Numerieke data kan weer onderverdeeld worden in continue en discrete variabelen.

  • Continue data – data die elke waarden kunnen aannemen (soms binnen een beperkt gebied), mits ze met voldoende nauwkeurigheid worden gemeten. Bijvoorbeeld: temperatuur, leveringstijd, duur van dienstverband.
  • Discrete data – Data waarvan de waarden in discrete eenheden worden gemeten en die daardoor over een beperkt gebied slechts een aantal waarden kunnen aannemen. Deze getallen zijn vaak heel (integers). Bijvoorbeeld: schoenmaten, aantal klanten en aantal mobiele telefoons.

Tip: “Houd altijd goed in de gaten welk type variabelen je gebruikt. Veel testen zijn alleen bedoeld voor een bepaald soort variabele.”

 

1 Mark Saunders, Philip Lewis en Adrian Thornhill (2015). ‘Methoden en technieken van onderzoek (zevende editie). Amsterdam: Pearson Benelux

Sidebar