Probleem-, vraag- en doelstelling methode

Bij deze methode werk je met een probleem-, vraag- en doelstelling. Je zult zien dat het allemaal varianten op dezelfde zin zijn, alleen anders geformuleerd. Een onderscheid dat van groot belang is, is dat hetgeen in de vorige methode een probleemstelling heette, in deze methode de vraagstelling wordt genoemd.

Vraagstelling

Zoals gezegd is de vraagstelling bij deze methode hetzelfde als de probleemstelling in de eerste methode. Gebruik de manier zoals die in de vorige paragraaf is omgeschreven om een vraagstelling op te stellen.

Probleemstelling

Bij deze methode is de probleemstelling een echte stelling en dus geen vraag zoals bij de eerste methode. De probleemstelling maak je door je vraagstelling als een probleem te formuleren. Bij het voorbeeld uit de vorige paragraaf zou een vraagstelling bijvoorbeeld kunnen zijn: “Wat zijn de effecten van de BTW verhoging in Nederland geweest op de uitgaven aan huishoudelijke artikelen van bovenmodale inkomens in het eerste jaar na de verhoging?”

Deze vraagstelling kan je omvormen tot de volgende probleemstelling: “Onbekend is wat de effecten van de BTW verhoging in Nederland geweest zijn op de uitgaven aan huishoudelijke artikelen van bovenmodale inkomens in het eerste jaar na de verhoging.”

Doelstelling

Zodra je een probleem- en een vraagstelling hebt geformuleerd, ga je verder met het opstellen van een doelstelling. De doelstelling geeft, zoals het woord zelf al zegt, aan welk doel je met je onderzoek wilt bereiken. Daarnaast geef je aan hoe je dat doel denkt te bereiken. Aansluitend op de hiervoor genoemde probleemstelling zou je doelstelling bijvoorbeeld kunnen zijn: “Het doel van het onderzoek is te achterhalen wat de effecten zijn geweest van de BTW verhoging in Nederland op de uitgaven aan huishoudelijke artikelen van bovenmodale inkomens in het eerste jaar na de verhoging door het uitvoeren van een enquête onder de doelgroep.”

Tip: “Het beantwoorden van de vraagstelling leidt tot de doelstelling van het onderzoek en daarmee tot een oplossing voor de probleemstelling.

Zodra je eenmaal een specifieke en relevante probleemstelling hebt geformuleerd wordt het tijd voor het opstellen van deelvragen. We hanteren hier het woord probleemstelling omdat de meeste onderzoeken uitgaan van de eerste methode. Mocht je de andere methode (met een vraag – en een doelstelling) gebruiken, lees dan vraagstelling in plaats van probleemstelling. Hoewel je de probleemstelling al hebt afgebakend tot een klein onderwerp, is deze vraag nog steeds te groot om in één keer te kunnen beantwoorden. Je zult de probleemstelling dus moeten opdelen in een aantal kleinere vragen. Dit zijn je deelvragen. In het onderzoek ga je vervolgens alle deelvragen afzonderlijk en achtereenvolgens beantwoorden. De gezamenlijke antwoorden op je deelvragen leiden dan automatisch tot het antwoord op je probleemstelling. Om je probleemstelling te kunnen beantwoorden, is het dus van groot belang dat je alle onderdelen van die probleemstelling in je deelvragen laat terugkomen. De hiervoor geformuleerde probleemstelling kan worden opgedeeld in een aantal deelvragen.

Bijvoorbeeld:

  1. Welk deel van het besteedbaar inkomen gaven huishoudens met een bovenmodaal inkomen in Nederland uit aan huishoudelijke artikelen in het jaar voor de BTW verhoging?
  2. Welk deel van het besteedbaar inkomen gaven huishoudens met een bovenmodaal inkomen in Nederland uit aan huishoudelijke artikelen in het jaar na de BTW verhoging?
  3. Welke andere factoren dan de BTW verhoging kunnen een invloed gehad hebben op een eventuele wijziging in het deel van het besteedbaar inkomen dat huishoudens met een bovenmodaal inkomen in Nederland aan huishoudelijke artikelen in het jaar voor en na de BTW verhoging uitgaven?

Zoals je ziet, leidt de beantwoording van deze drie deelvragen tot de beantwoording van de probleemstelling. Na het beantwoorden van de deelvragen 1 en 2 weet je of er überhaupt een wijziging is geweest in de uitgaven. Met de beantwoording van de derde deelvraag geef je aan of deze wijziging te herleiden is tot de BTW verhoging of dat andere factoren daar een rol bij hebben gespeeld. Je weet dan dus of de uitgaven zijn veranderd en of die verandering het gevolg is van de BTW verhoging. En dat is precies het antwoord op je probleemstelling!

 

Tip: ‘Zorg dat je met de beantwoording van de afzonderlijke deelvragen uiteindelijk tot een antwoord op je probleemstelling komt.”

 

1 Jelte Kinderman, Jaap Klok (2014). ‘Eerste Hulp bij Scripties (eerste editie). Rotterdam: ScriptieMaster.nl

Sidebar