Probleemstelling en deelvragen methode

Als je eenmaal een onderwerp voor je scriptie hebt gekozen, is het zaak dat je grenzen afbakent. Een onderwerp is natuurlijk zeer breed en als je onderwerp bijvoorbeeld politieke onrust is, kan je daar heel veel kanten mee opgaan. Dit is echter niet praktisch voor het doen van een onderzoek. Om een onderzoek uitvoerbaar te laten zijn, is het van belang dat je een zo concreet mogelijke vraag hebt die je met je onderzoek wilt beantwoorden. Deze vraag heet de probleemstelling. Andere benamingen voor de probleemstelling zijn de onderzoeksvraag, de central question of de research question. De probleemstelling vloeit voort uit het onderwerp dat je hebt gekozen. We nemen als voorbeeld even het onderwerp dat al eerder genoemd is: “het effect van de meest recente BTW verhoging in Nederland op de uitgaven aan huishoudelijke artikelen van bovenmodale inkomens in het eerste jaar na de verhoging” Met deze stelling kunnen we niet verder. Er moet immers een vraag geformuleerd worden die in het onderzoek beantwoord wordt.1

Tip: “Je probleemstelling is de rode draad binnen je onderzoek. Je hele onderzoek draait om het beantwoorden van deze vraag. Denk hier dus goed over na!

Om van je onderwerp een vraag te maken, kan je gebruik maken van de woorden ‘wat’, ‘in hoeverre’ en ‘welke’. Dit werkt als volgt:

  • Wat zijn de effecten van de BTW verhoging in Nederland geweest op de uitgaven aan huishoudelijke artikelen van bovenmodale inkomens in het eerste jaar na de verhoging?
  • In hoeverre heeft de verhoging van de BTW in Nederland een effect gehad op de uitgaven aan huishoudelijke artikelen van bovenmodale inkomens in het eerste jaar na de verhoging?
  • Welke gevolgen heeft de verhoging van de BTW in Nederland gehad op de uitgaven aan huishoudelijke artikelen van bovenmodale inkomens in het eerste jaar na de verhoging?

53-effect-vastgesteld

Welk van deze drie vragen je als probleemstelling gebruikt, is afhankelijk van hetgeen je wilt onderzoeken. Staat er bijvoorbeeld al vast dat de BTW een effect heeft gehad op consumentenuitgaven, dan kies je voor de eerste of de derde vraag. Je gaat er immers al vanuit dát er effecten zijn geweest, je gaat alleen onderzoeken wát die effecten dan waren. Is het nog niet duidelijk óf er überhaupt effecten waren, dan kies je voor de tweede vraag. Je gaat dan niet zozeer onderzoeken wát de effecten waren maar je gaat kijken óf er effecten waren. Let er hierbij goed op dat niet iedere vraag geschikt is voor ieder soort onderzoek. De vraag die begint met ‘in hoeverre’ is bijvoorbeeld zeer geschikt voor een kwantitatief onderzoek. Je kunt dan aan de hand van data toetsen of er een effect is en of er ook een (causaal) verband bestaat.

Tip: “Houd bij het formuleren van je probleemstelling rekening met het type onderzoek dat je gaat uitvoeren. Niet iedere probleemstelling is geschikt voor ieder onderzoek.

Specifiek

Zodra je een eerste probleemstelling geformuleerd hebt,moet je zorgen dat deze ook specifiek en relevant wordt. Met specifiek wordt bedoeld dat je probleemstelling zo afgebakend is dat je hier in je onderzoek ook een duidelijk antwoord op kunt geven. Bij het kiezen van je onderwerp heb je al de nodige afbakeningen toegepast. Het opstellen van de probleemstelling is een uitgelezen moment om nog eens goed te kijken of je het onderwerp nog verder kunt verkleinen. Nogmaals, in de praktijk blijkt dat meer dan twee derde van alle scripties op het einde nog ingekort moet worden om binnen het maximale aantal pagina’s te blijven. Kijk bij het opstellen van je probleemstelling dus nog een keer of je verder kunt afbakenen. Zoals eerder al besproken is, kan je je onderwerp afbakenen door aspecten toe te voegen. Verklein bijvoorbeeld de doelgroep die je onderzoekt of verklein de periode waarbinnen je kijkt.

Relevant

Naast specifiek moet je probleemstelling ook relevant zijn. Je scriptie moet namelijk waarde toevoegen aan de reeds bestaande kennis. Dit moet dus ook in de probleemstelling naar voren komen. Je gaat immers een onderzoek uitvoeren, maar dit onderzoek moet ook als nuttig worden ervaren door andere mensen. Er moet dus ook een toegevoegde waarde in je onderzoek zitten. Bij de zojuist geformuleerde probleemstelling is de toegevoegde waarde van het beantwoorden ervan dat men weet welke gevolgen een BTW verhoging heeft. Wil de overheid op een later tijdstip nog een keer een BTW verhoging doorvoeren, dan kan zij aan de hand van je onderzoek inschatten wat er vervolgens met de uitgaven aan huishoudelijke artikelen van bovenmodale inkomens gebeurt. Deze probleemstelling is daarmee zowel specifiek als relevant.

Tip: “Zorg dat je probleemstelling zo afgebakend is dat je deze vraag ook daadwerkelijk in je onderzoek kunt beantwoorden.

 

1 Jelte Kinderman, Jaap Klok (2014). ‘Eerste Hulp bij Scripties (eerste editie). Rotterdam: ScriptieMaster.nl

Sidebar