Probleemstelling en deelvragen

Nadat je de lezer bekend hebt gemaakt met de reden waarom je het onderzoek wilt doen, is de volgende stap het opstellen van een probleemstelling1. Je hebt al een onderwerp gekozen, maar dit onderwerp is vrijwel altijd te breed voor een goed uitvoerbaar onderzoek. Je zult je onderwerp dus moeten beperken. Dit beperken doe je door middel van de probleemstelling en eventueel een vraag- en een doelstelling. Deze stellingen ga je vervolgens weer opdelen in deelvragen. Zodra je de probleemstelling en de deelvragen hebt opgesteld, ga je ervoor zorgen dat dit onderdeel van de onderzoeksopzet aansluit bij het onderdeel ‘aanleiding tot het onderzoek’. Je kunt deze link leggen door bijvoorbeeld te zeggen: “Het voorgaande leidt tot de volgende probleemstelling die in dit onderzoek centraal staat:”. Vervolgens plaats je de probleemstelling tussen aanhalingstekens. Daarna moet je nog een koppeling maken tussen de probleemstelling en je deelvragen. Dit kan je eenvoudig doen door bijvoorbeeld te zeggen: “de voornoemde probleemstelling is opgesplitst in een aantal deelvragen. Deze deelvragen zullen in het onderzoek achtereenvolgens beantwoord worden en luiden:”. Uiteraard volgt er dan een opsomming van de deelvragen. Dit onderdeel hoeft niet uitgebreid te zijn, je hebt immers al aangegeven wat de context van je onderzoek is en waarom het geconstateerde een probleem is. Je hoeft alleen nog maar aan te geven wat je precies gaat onderzoeken.

Tip: “Zorg dat je een directe link legt met het in het vorige onderdeel geconstateerde probleem. De lezer begrijpt dan hoe je tot je probleemstelling bent gekomen.

Tip: “Je hele scriptie wordt rondom je probleemstelling gemaakt. Zorg dat je hierover goed contact met je begeleider hebt.

Twee modellen

Een lastig punt bij probleem-, doel- en vraagstellingen is dat er geen duidelijke richtlijnen bestaan over wat ze precies zijn en hoe ze gehanteerd moeten worden. Er zijn echter twee veelvoorkomende methoden waarmee een onderzoeksvraag geformuleerd kan worden. De ene is alleen een probleemstelling met deelvragen, de andere een probleem-, doel- en vraagstelling met deelvragen. Het verschilt per hogeschool welke manier is voorgeschreven. De beste manier om erachter te komen welke methode bij je onderwijsinstelling gehanteerd wordt, is het raadplegen van enkele scripties die al zijn goedgekeurd. Tot slot hanteren sommige hogescholen in het geheel geen probleemstelling en deelvragen of schrijven zij deze in ieder geval niet voor. In dat geval raden wij je aan om toch met een probleemstelling en deelvragen te werken omdat dit de rode draad van je onderzoek aangeeft. Het geeft zowel de lezer als jezelf duidelijkheid over de structuur van je onderzoek. Mocht er geen specifieke methode zijn voorgeschreven dan raden wij je de eerste methode aan (probleemstelling met deelvragen) omdat deze methode vaker gebruikt wordt dan de versie met de doel- en de vraagstelling. Controleer dus eerst of een, en zo ja welke, methode bij jouw onderwijsinstelling is voorgeschreven voordat je met dit onderdeel begint. Beide methoden worden in de volgende paragrafen nader besproken.

 

Let op: De probleemstelling heeft in beide methoden een andere functie en ziet er dan ook anders uit.

 

1 Jelte Kinderman, Jaap Klok (2014). ‘Eerste Hulp bij Scripties (eerste editie). Rotterdam: ScriptieMaster.nl

Sidebar