Voorbereiding

  1. Praktische zaken
  2. Highlighten
  3. Onderwerp kiezen
  4. Hypotheses (WO)
  5. Hoofdvraag (HBO)

Het schrijven van een scriptie wordt vaak beschouwd als hét moeilijkste onderdeel van de hele studie. Je bent gewend voor aanvang van een vak informatie te ontvangen waarin exact staat beschreven wat je onder de knie moet hebben om het vak te kunnen halen. Daarnaast heb je ook een tentamen datum waarop je moet aantonen dat je de stof beheerst. Dit is bij een scriptie niet het geval. Je kunt min of meer zelf je afstudeerdatum bepalen en je ontvangt slechts een leidraad met de punten waaraan je scriptie moet voldoen. Het feit dat er geen vaststaande einddatum is, brengt ook het risico op vertraging met zich. Om ervoor te zorgen dat je tijdens het scriptieproces geen vertraging oploopt, is het van belang dat je vooraf voor jezelf in kaart brengt wat allemaal belangrijk is voor je scriptie. De eisen die aan scripties worden gesteld, verschillen per onderwijsinstelling, per opleiding en zelfs per Bachelor of Master. Je moet dus eerst alle informatie verzamelen die door je onderwijsinstelling beschikbaar is gesteld. In dit hoofdstuk worden diverse belangrijke beslissingen behandeld die je moet nemen voordat je überhaupt aan je scriptie kunt beginnen. Ook wordt stilgestaan bij andere aspecten dan het schrijven zelf zoals motivatie en het omgaan met je begeleider. Na het lezen van dit hoofdstuk kan je vol zelfvertrouwen aan je scriptie beginnen.

Tip: “Begin niet zomaar met het schrijven van je scriptie, maar zorg dat je eerst alle praktische informatie beschikbaar hebt.”

Soorten onderzoek

Eén van de belangrijkste keuzes die je zult moeten maken, is het soort onderzoek dat je wilt doen. Onderzoeken kunnen globaal in twee groepen ingedeeld worden: kwalitatief en kwantitatief. Bij kwantitatief onderzoek ga je data testen met behulp van een statistische analyse. Bij kwalitatief onderzoek speelt statistiek nauwelijks een rol. Omdat niet ieder onderwerp geschikt is voor beide soorten onderzoek, zal je eerst moeten beslissen welk type onderzoek je wilt doen. Vervolgens kan je kijken welk onderwerp zich leent voor een kwalitatief of juist een kwantitatief onderzoek. Van groot belang is verder om vooraf te controleren of jouw onderwijsinstelling een bepaald soort onderzoek voorschrijft. Zo geldt voor veel scripties van Bedrijfskunde en Economie dat een statistisch onderdeel verplicht moet worden opgenomen. Deze scripties zijn dan ook veelal kwantitatief van aard. Kijk je echter naar scripties voor Rechten dan zal je vrijwel nooit statistische toetsen tegenkomen. Deze scripties zijn een goed voorbeeld van kwalitatief onderzoek. Zoals in het volgende hoofdstuk uitgebreider aan de orde komt, maakt het voor de opzet en de structuur van je onderzoek veel uit welk soort onderzoek je gaat doen. De keuze voor het soort onderzoek is dus van grote invloed op het verdere verloop van je scriptie.

Tip: “Denk vooraf goed na over welk soort onderzoek je wilt uitvoeren. Je kunt halverwege namelijk nauwelijks meer switchen. Mocht je het echt niet weten, kies dan eerst een interessant onderwerp uit en probeer aan de hand van dat onderwerp te bepalen welk soort onderzoek het beste hierbij past.”

Kwalitatief

Bij een kwalitatief onderzoek gaat het vaak om het beantwoorden van een specifieke vraag in een specifieke situatie. Kwalitatief onderzoek doe je meestal aan de hand van literatuurstudie of (diepte)interviews. Een voorbeeld van een kwalitatief onderwerp is de vraag waarom de overheid een bepaalde wet heeft ingevoerd en of daardoor problemen uit het verleden zijn opgelost. Het antwoord op deze vraag is alleen van toepassing op die specifieke wet. Je kunt de motieven van de wetgever voor de invoering van deze wet dan ook niet als antwoord gebruiken op de vraag waarom een andere dan de onderzochte wet is ingevoerd. Je gaat bij een kwalitatief onderzoek dus op zoek naar het antwoord op een “waarom” vraag.

Kwantitatief

Naast kwalitatief onderzoek kan je ook een kwantitatief onderzoek doen. Hierbij onderzoek je niet zozeer waarom iets zo is maar meer of iets zo is. Je gaat dan ook op zoek naar verbanden. Deze verbanden ga je vervolgens proberen aan te tonen door het testen van data. Hierbij kan het zijn dat je deze data zelf verzamelt (door bijvoorbeeld enquêtes), dat je gebruik maakt van openbare databestanden of dat je je onderzoek baseert op bestanden die al door iemand anders zijn samengesteld (bijvoorbeeld uit een eerder onderzoek). De resultaten van een kwantitatief onderzoek zijn vaak generaliseerbaar. Dit houdt in dat de resultaten een betrouwbaar beeld geven over het gemiddelde binnen een populatie. Als je het onderzoek nog een keer zou uitvoeren onder een populatie met dezelfde kenmerken dan vind je vergelijkbare resultaten.

Bijvoorbeeld: je onderzoekt of mensen met een vaste baan eerder een nieuwe auto kopen dan mensen met een tijdelijk contract. Hiervoor ondervraag je 1.000 mensen met een vaste baan en 1.000 personen met een tijdelijk contract. De uitkomsten zijn als het goed is generaliseerbaar. Als je 1.000 willekeurige andere mensen met een vast contract en 1.000 willekeurige anderen met een tijdelijk contract zou ondervragen, zou je ongeveer dezelfde resultaten moeten krijgen.

Een veel gemaakte denkfout bij kwantitatief onderzoek is dat je veel gegevens nodig hebt om betrouwbare analyses te doen. Niets is echter minder waar, met een steekproef van bijvoorbeeld 100 personen kan je afhankelijk van je onderzoek prima een statistisch onderzoek doen. Je zult je data-analyse uiteraard wel op een dergelijke kleine populatie moeten aanpassen. Daarnaast wordt vaak gedacht dat statistische testen erg ingewikkeld zijn om uit te voeren. Ook dit is een misvatting omdat je met bijvoorbeeld een eenvoudige regressieanalyse al tot uitstekende resultaten kunt komen. Laat je dus niet weerhouden om een kwantitatief onderzoek te doen omdat je denkt dat de analyses ingewikkeld zijn. Dit valt in de praktijk erg mee!

Sidebar